Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Herken je dit? Je hebt een heerlijke bedtijdroutine opgebouwd, je kind ligt lekker in bed en toch staat hij of zij tien minuten later weer naast je of huilt alles bij elkaar. Of erger: je kind weigert überhaupt naar bed te gaan zonder jou erbij. Weet dan zeker dat je niet de enige bent. Veel ouders worstelen hiermee en gelukkig zijn er bewezen manieren om je kind te helpen. Mijn kind wil niet slapen, wat nu? Lees de volgende tips.
Voordat je een aanpak bedenkt, is het goed om in beeld te krijgen waarom je kind dit gedrag vertoont. Er kunnen verschillende veelvoorkomende oorzaken zijn, zoals:
- Scheidingsangst: vooral bij baby's en peuters is dit heel normaal. Ze begrijpen nog niet dat jij straks terugkomt.
- Angst in het donker: rond de leeftijd van 3 à 4 jaar beginnen kinderen zich dingen voor te stellen die er niet zijn.
- Gewoonte: is een kind gewend is geraakt aan inslapen bij jou, voelt alleen slapen onveilig en onbekend.
- Slaapomgeving: een te warme kamer, een oncomfortabel matras of teveel prikkels kunnen onrust veroorzaken.
- Stress of verandering: een nieuwe school, een verhuizing of de geboorte van een broertje of zusje kan het slaappatroon verstoren.
Er zijn verschillende tips die je kunt toepassen om te kijken of dit voor jouw kindje werkt. Het blijft altijd uitproberen, want wat voor het ene kind werkt, werkt voor het andere kind misschien totaal niet. Probeer altijd geduldig te blijven en neem de tijd voor een veranderde aanpak.
Baby's (0–18 maanden)
Voor baby's is het normaal om af en toe 's nachts wakker te zijn en de hulp van ouders nodig te hebben. Toch kun je al vroeg werken aan een veilig slaapgevoel:
- Leg je baby wakker neer. Als baby's altijd in slaap vallen terwijl jij ze vasthebt, leren ze niet zichzelf te sussen.
- Gebruik een vaste bedroutine. Kies bijvoorbeeld eerst voor een warm bad, geef de laatste voeding en leg je baby vervolgens in bed. Herhaling geeft veiligheid.
- Een vertrouwd geur. Leg een (gewassen) doekje met jouw geur bij de baby. Dit kan enorm kalmeren.
Peuters (1,5–3 jaar)
Peuters stellen jouw geduld op de proef en zijn meesters in uitsteltactieken. "Nog één knuffel", "Ik heb dorst", "Ik moet plassen”, je kent ze vast wel. Probeer de volgende tips toe te passen voor meer duidelijkheid en rust.
- Stel duidelijke grenzen. Leg op een rustige manier uit wat de bedtijdroutine is en houd je eraan.
- Geef je kind controle. Laat hem of haar kiezen: dit pyjamapakje of dat? Dit boekje of dat? Dat geeft een gevoel van zeggenschap.
- Blijf niet té lang. Geef een knuffel, zeg welterusten en ga. Terugkeren bij elk gehuil maakt het lastiger voor beiden.
Kleuters (3–6 jaar)
Op deze leeftijd speelt fantasie een grote rol. Draken onder het bed, schaduwen die bewegen en maanmannetjes die ze komen ophalen. Het kan in de kinderbeleving als ‘echt’ aanvoelen.
- Neem de angst serieus. Zeg niet "dat bestaat niet." Zeg liever: "Ik snap dat dat eng voelt, maar ik zorg dat je veilig bent."
- Gebruik een nachtlampje. Een warm, zacht lampje helpt enorm bij angst voor het donker.
- Een 'dapperheidskussen' of knuffel. Geef je kind iets dat hem of haar 's nachts het gevoel geeft van jouw aanwezigheid.
- Wachttechniek (Fading method). Zit elke avond iets verder weg van het bed totdat je uiteindelijk op de gang zit en dan weg bent.
Schoolkinderen (6–12 jaar)
Oudere kinderen die niet alleen willen slapen, hebben vaak te maken met stress of piekeren.
- Praat overdag. Vraag hoe het gaat op school, met vriendjes. Angsten die overdag worden uitgesproken, worden 's nachts kleiner.
- Ontspanningsoefeningen. Ademhalingsoefeningen of een bodyscan-meditatie (kind-versie) kunnen wonderen doen.
- Geen schermen voor het slapengaan. Blauw licht houdt de hersenen actief. Stop minstens een uur voor bedtijd.
- Check de slaapomgeving. Soms ligt het probleem niet bij angst of gewoonte, maar bij ongemak. Een kind dat niet comfortabel in bed ligt, is een kind dat sneller wakker wordt of onrustig is.
Het is misschien niet iets waar je direct aan denkt, maar een goede slaapomgeving is meer dan belangrijk voor een comfortabele nachtrust.
- Het matras: Een kindermatras moet stevig genoeg zijn om de groeiende wervelkolom te ondersteunen, maar ook comfortabel genoeg om goed op te slapen. Vervang een matras dat ouder is dan 8–10 jaar.
- De temperatuur: Een slaapkamer van 16–18°C is ideaal. Te warm slapen geeft onrust, maar ook een te lage temperatuur kan de nachtrust verstoren.
- Het kussen: Pas het kussen aan op de leeftijd van je kind. Baby's slapen zonder kussen; peuters en kleuters hebben baat bij een plat, ondersteunend kinderkussen.
- Het beddengoed: Gebruik zacht, comfortabel en ademend materiaal zoals katoen. Een dekbed met de juiste warmteklasse voorkomt overmatig zweten.
Kinderen testen grenzen en dat is volkomen normaal. Als je de ene avond streng bent en de andere avond toch bij je kind gaat liggen, geef je onbewust het signaal dat volhouden loont. Dat is soms moeilijk, zeker als je zelf moe bent. Maar het is een kwestie van consequent zijn en je zult zien dat je na een week of twee consequent gedrag bijna altijd verbetering ziet.
Soms is er iets anders aan de hand of is er meer nodig dan bovenstaande tips. Schakel een huisarts of kinderslaapcoach in als:
- Je kind al maanden nauwelijks slaapt en het duidelijk invloed heeft op zijn of haar functioneren overdag.
- Je kind extreem angstig reageert bij het idee van alleen slapen.
- Je zelf door het slaapgebrek niet meer goed functioneert.
Schakel hulp in mocht dit nodig zijn, je hoeft het niet alleen te doen!
Goed slapen is een vaardigheid, net als leren lopen of fietsen. Je kind leert het, maar heeft daar jouw geduld, structuur en een veilige slaapomgeving voor nodig. Stap voor stap. En onthoud: dit is een fase, het gaat voorbij. Wil je zorgen dat je kind nóg beter slaapt? Ontdek onze collectie speciaal geselecteerd voor een veilig en comfortabel slaapcomfort.
>>> Zelfstandig slapen, spelen en ontdekken in een Montessori vloerbed